skip to Main Content

Goede rendementen bouwnijverheid ondanks hogere inkoopprijzen

Bouwproductie evenaart top van 2008

De groei in de bouw zette begin 2018 door. In februari evenaarde het volume voor het eerst weer de eerdere top van voor de crisis in het najaar van 2008. De verwachting is dat de bouwproductie verder groeit maar wel op een lager niveau dan de afgelopen jaren. Materiaal- en personeelstekorten zetten een rem op de productiegroei. Ook stijgt het aantal bouwvergunningen voor nieuwbouwwoningen woningbouw al enige maanden nauwelijks meer, waardoor de groei van de bouwproductie onder druk kan komen. In de utiliteitsbouw en de infrasector trekt de vraag wel licht aan. De totale groei wordt daardoor breder gedragen dan voorheen.

Inkoopprijzen stijgen flink maar winst daalt niet

Door de enorme toegenomen vraag van de afgelopen jaren naar bouwmaterialen stijgen de prijzen. Eerder aangenomen projecten zijn daardoor soms tegen te lage inkoopprijzen van bouwmaterialen gecalculeerd. Het bouwkosten kenniscentrum BDB verwacht voor dit jaar een stijging 7,5% maar door de onzekerheid kan dit zomaar 10%-punt hoger zijn. Nu de inkoopprijzen stijgen en ook de (cao) lonen omhoog gaan zet dit de marges van projecten onder druk. Dit leidt over het algemeen niet tot meer verliezen. Slechts 7% van de bouwbedrijven geeft in het eerste kwartaal 2018 aan dat ze minder winst maakten dan een kwartaal eerder. De meeste aannemers maken juist meer winst of in ieder geval even veel. Hogere inkooprijzen zullen dus wel het rendement van projecten lager laten uitkomen dan gecalculeerd, maar zorgen er over het algemeen niet voor dat bouwbedrijven in de rode cijfers terecht komen.

Belangrijke redenen waarom ondanks de hogere inkoopkosten bouwbedrijven over het algemeen toch geen verlies maken zijn:

  • De arbeidsproductiviteit is in de periode 2014-2017 met meer dan 20% flink toegenomen. Personeel kan zo weer doelmatiger ingezet worden doordat er voldoende projecten zijn waardoor de efficiëntie toeneemt en dit geeft tegenwicht tegen de hogere (uur)tarieven;
  • De algemene kosten van het bouwbedrijf kunnen over een grotere omzet verdeeld worden;
  • Bouwbedrijven vinden soms mogelijkheden om de afgesproken aanneemsom met de opdrachtgever te heronderhandelen;
  • Het aantal echt hele lange bouwprojecten waarvan de prijs is vastgelegd is relatief beperkt. Bouwbedrijven hebben momenteel een gemiddeld orderboek van bijna 10 maanden. Na 10 maanden kunnen zij weer nieuwe calculaties maken gebaseerd op actuele inkoopprijzen. Dit is natuurlijk wel een gemiddelde en er geldt vaak hoe groter het bedrijf hoe langer de aangenomen projecten lopen.

Bron: ING 

Back To Top