skip to Main Content

Verzamelbrief 2014 – 3: Bescherming pensioenopbouw in derde pijler voor vermogenstoets in de bijstand

21. Bescherming pensioenopbouw in derde pijler voor vermogenstoets in de bijstand

Met mijn brief van 18 december heb ik de Tweede Kamer geïnformeerd over de contouren van de voorgenomen wettelijke regeling waardoor in voorkomende gevallen bij een aanvraag om bijstand – onder voorwaarden en binnen bepaalde grenzen – niet kan worden verlangd dat een pensioenvoorziening in de zogenaamde derde pijler te gelde wordt gemaakt. Deze brief vindt u hier.

Deze wettelijke regeling is een uitwerking van hetgeen in het Witteveenakkoord[1] is afgesproken om de pensioenopbouw van zelfstandigen te bevorderen. Achtergrond daarvan is dat het met het sterk gegroeide aantal zelfstandigen – vooral zzp’ers –van belang is dat ook deze groep een voldoende pensioen kan opbouwen.

Een van die afspraken betreft de bescherming van het door zelfstandigen opgebouwde pensioen voor de vermogenstoets in de bijstand. Anders dan bij werknemers doorgaans het geval is, bouwen zelfstandigen hun pensioen op in de zogeheten derde pijler in de vorm van lijfrenten en daarmee vergelijkbare voorzieningen. Volgens de huidige regelgeving kan de gemeente bij een eventueel beroep op bijstand verlangen dat de belanghebbende dat pensioenvermogen te gelde maakt. Gevolg daarvan is dat de besparingen die de zelfstandige voordien heeft gedaan niet langer aan diens oudedagsvoorziening ten goede komen. In het Witteveenakkoord is aangekondigd dat wettelijk zal worden geregeld dat het pensioenvermogen in de derde pijler in het geval van een beroep op bijstand onder bepaalde voorwaarden bestemd blijft voor een aanvullend pensioen en daarmee niet behoeft te worden gebruikt bij een eventuele bijstandbehoeftigheid vóór de pensionering.

Momenteel wordt de wetswijziging van de Participatiewet op dit punt voorbereid. Deze zal naar verwachting niet eerder dan 1 januari 2016 in werking kunnen treden.
De gemeenten hebben de bevoegdheid om met toepassing van het individualiseringsbeginsel te beoordelen of het, gelet op de omstandigheden van de betrokkene, redelijk is te vergen dat deze diens oudedagsvoorziening te gelde maakt. Daarbij kan de gemeente rekening houden met de overwegingen die ten grondslag liggen aan de komende wetgeving. In incidentele gevallen kan de SVB hier ook mee te maken krijgen indien er sprake van is dat een van de gehuwde Aiogerechtigden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en over een eigen pensioenvermogen in de derde pijler beschikt.

Ik verzoek u dringend om reeds in 2015 in voorkomende gevallen bij een aanvraag om bijstand niet van de betrokkene te verlangen dat deze een eventueel in de derde pijler opgebouwd pensioenvermogen te gelde maakt alvorens deze voor bijstandsverlening in aanmerking komt. Daarbij verzoek ik u te handelen conform de lijnen van de voorgenomen wettelijke regeling.

Hiervoor is voor 2015 een bedrag van € 41 miljoen beschikbaar gesteld, inclusief circa € 4 miljoen voor uitvoeringskosten. Het deel voor uitkeringslasten wordt beschikbaar gesteld via het inkomensdeel van het Participatiebudget en het deel voor uitvoeringskosten via het Gemeentefonds.

In bijlage 3 vindt u meer informatie.

Back To Top