skip to Main Content

Grote verschillen inkomens land- en tuinbouw

Na de terugval in 2012 zien melkveehouders het inkomen sterk herstellen. Dit is vooral te danken aan de fors hogere melkprijs. De voerkosten zijn echter ook gestegen in 2013, wat de positieve resultaten remt. Met de afschaffing van de melkquota in zicht hebben veel melkveehouders de laatste jaren geïnvesteerd in stallen.

Pluimveesector teleurstellend

Leghennenhouders hebben een teleurstellend jaar achter de rug, nadat 2012 goed was verlopen. De combinatie van lagere eierprijzen en gestegen voerkosten drukt het gemiddelde inkomen uit bedrijf in 2013 met ruim twee ton naar min 103.000 euro per onbetaalde aje. Dat is een nieuw dieptepunt, waarmee het herstel in 2012 weer teniet is gedaan. Deze grote schommeling is deels veroorzaakt door de verplichte omschakeling van traditionele kooihuisvesting naar alternatieve huisvesting.  Vleeskuikenhouders hebben een positief inkomen, maar door de hogere voerkosten daalt het inkomen eveneens.

Aantal varkensbedrijven daalt onverminderd

Het inkomen van varkenshouders daalt licht; de iets hogere prijzen van biggen en vleesvarkens zijn onvoldoende om de gestegen voerkosten te compenseren. Desondanks blijft het gemiddelde inkomen op niveau in vergelijking met het gemiddelde inkomen van de laatste vijf jaar. Tussen de typen varkensbedrijven bestaan grote inkomensverschillen. De geraamde inkomens zijn gemiddeld het hoogst op de zeugenbedrijven en het laagst op de vleesvarkensbedrijven. Het aantal bedrijven met varkens neemt onverminderd af. In 2013 zijn er nog circa 5.500 bedrijven met varkens in Nederland, bijna 7% minder dan in 2012. Sinds 2000 is zes op de tien varkensbedrijven gestopt.

Lager prijsniveau akkerbouwgewassen

Het inkomen op de akkerbouwbedrijven daalt in 2013, na het topjaar 2012, maar blijft beduidend hoger dan het inkomensniveau in de jaren voor 2010. Gemiddeld is het inkomen uit bedrijf per onbetaalde aje ongeveer 80.000 euro, maar ook in deze sector is er een grote spreiding in resultaat. Het dalende inkomen wordt veroorzaakt door lagere prijzen van vrijwel alle gewassen, uien uitgezonderd. Dit heeft te maken met het grote mondiale aanbod van granen, importbeperkingen door bijvoorbeeld Rusland en lagere prijzen van suiker en consumptieaardappelen op de wereldmarkt. Voor de bedrijven met veel zetmeelaardappelen daalt het inkomen eveneens door de lagere prijzen voor de granen, bieten en zetmeelaardappelen. Maar desondanks blijft het inkomen op zetmeelbedrijven op een hoog niveau.

Tuinbouw: lagere inkomens

In de glastuinbouw valt vooral de forse inkomensdaling van gemiddeld 45.000 euro van de glasgroentebedrijven op. Door de slechte prijsvorming van tomaten en gestegen energiekosten komen de inkomens gemiddeld licht negatief uit. Het sombere voorjaar en de zeer warme zomer van 2013 zijn hierop van grote invloed geweest. Paprikabedrijven hebben een relatief goed jaar achter de rug, na jaren van slechte prijsvorming. In de andere sectoren, snijbloemen en pot- en perkplanten, dalen de inkomens minder sterk en blijven op een relatief hoog niveau. De pot- en perkplantenbedrijven blijven de best renderende glastuinbouwsector. In de opengrondstuinbouw boeken alleen de opengrondsgroententelers door hogere productprijzen een lichte inkomensverbetering. In de boomkwekerij zorgen lage opbrengsten voor een forse inkomensdaling. Het inkomen van fruittelers daalt na het goede jaar 2012, maar ligt boven het gemiddelde van de laatste vijf jaar. Bloembollentelers behalen binnen de opengrondstuinbouwsector het hoogste inkomen, dat voor 2013 op hetzelfde niveau van de twee voorgaande jaren uitkomt.

agrimatie.nl

Tegelijk met de nieuwe inkomensramingen wordt de website agrimatie.nl gelanceerd. Op deze website staat relevante en actuele statistische agrarische informatie.

Back To Top