skip to Main Content

Bijstandsregeling ondernemers loont. Investering betaalt zich terug.

De Bbz-regeling wordt uitgevoerd door gemeenten en draagt veelal direct bij aan de continuïteit van ondernemingen. Ondernemers die tijdelijk niet beschikken over voldoende middelen om in hun bestaan te voorzien of behoefte hebben aan bedrijfskapitaal, maar hiervoor geen financiering kunnen krijgen, kunnen een beroep doen op het Bbz. De kosten en baten rondom de Bbz-regeling zoals door IMK berekend, wordt mede bepaald door stakeholders die een rol spelen in de toepassing van het Bbz. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan toeleveranciers, kredietverstrekkers, gemeenten en het UWV.

Bij de analyse rondom kosten en baten is om die reden breder gekeken dan alleen het effect op de gemeente en de ondernemer zelf. “De cijfers laten een eenvoudige business case voor het Bbz als vangnetregeling zien”, zegt Han Dieperink, algemeen directeur IMK, “zolang je de levensvatbaarheid van de onderneming maar centraal stelt, want anders is het goed geld naar een slechte zaak brengen.”

Berekening kosten en baten van het Bbz

Rond de 4.1001 ondernemers ontvingen een lening in de vorm van een tijdelijke uitkering of bedrijfskrediet in het kader van het Bbz. Voor het Bbz worden voor 69 miljoen euro kosten gemaakt door de Overheid2:

  • €10 miljoen – Externe onderzoekskosten
  • €41 miljoen – Kredietkosten (o.a. afschrijvingen)
  • €18 miljoen – Ambtelijke uitvoeringskosten

Voor iedere onderneming die feitelijk gebruikmaakt van het Bbz, betekent dat €16.800 aan kosten voor de Overheid (lokaal en centraal samen3).

De maatschappelijke schadelast van ‘stoppende ondernemingen’

Een ondernemer die vanwege de financiële problemen moet stoppen, leidt doorgaans een fors persoonlijk financieel verlies. Ook de samenleving krijgt de rekening gepresenteerd in een aantal kostencategorieën (o.a. afgeleid uit EIM onderzoek):

  1. Uitkeringslasten (gemeenten en UWV): gemiddeld creëert iedere onderneming, die onvrijwillig stopt €26.900 aan uitkeringslast voor de ondernemer en eventueel medewerkers;
  2. Crediteurenlast: gemiddeld veroorzaakt iedere onderneming, die onvrijwillig stopt €31.300 aan schade door niet of gedeeltelijke betaalde facturen van toeleveranciers;
  3. Kapitaalvernietiging: in totaal gaat er bij 67.000 jaarlijks stoppende ondernemingen €279 miljoen aan kapitaal verloren door vervroegde afschrijving. Per onderneming is die last dus gemiddeld €4.100.

Per onderneming die vanwege de financiële situatie moet stoppen, wordt in totaal dus €62.300 aan maatschappelijke lasten veroorzaakt. Daarbij zijn de zogeheten ‘domino-effecten’ nog niet meegenomen.

10-jaar Bbz

Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft woensdagmiddag 17 december 2014 het eerste exemplaar van het magazine 10-jaar Bbz uitgereikt in Leiden. Samen met wethouder Damen (Werk en Inkomen, Wijken en Financiën) heeft zij het magazine uitgereikt aan een aantal ondernemers die met de Bbz regeling extra steun hebben gekregen bij de (door)start van hun onderneming. In het magazine, uitgegeven door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, staan inspirerende verhalen over mensen die mede dankzij het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) hun bedrijf op de rails hebben gekregen of hebben weten te houden. Sebra Sports, mede geadviseerd en begeleid door IMK is hier onder andere een prachtig voorbeeld van.

Voetnoten

1. Bron: SZW Rijksbegroting 2015
2. Afgeleid van SZW Rijksbegroting 2015 en IMK kengetallen
3. De declarabiliteit van gemeentelijke kosten bij het Rijk is hier buiten beschouwing gelaten

Back To Top